De molen tijdens de oorlogsjaren

Uitkijkpost
Op 12 mei 1940 werd de molen De Valk ingericht als uitkijkpost voor Nederlandse militairen, maar al twee dagen later volgde de capitulatie. Tijdens de hieraan voorafgaande oorlogshandelingen werd de molen vanuit de lucht beschoten waardoor kogelgaten ontstonden in de kap en de muren.

Oorlogsjaren
Na de capitulatie moest de molen weer graan gaan malen voor de bevolking en de bezetter. Hierop was strenge controle; tarwemeel was al snel alleen "op de Bon" te koop en na 1943 werd het zo schaars dat men rogge en tarwe doorelkaar moest mengen.
Tijdens de hongerwinter (1944-'45) lieten veel mensen een eigen voorraadje (illegaal) graan malen, iets dat door de Duitsers oogluikend werd toegestaan. Dit gebeurde overigens niet met windkracht, maar met maalstenen die elektrisch werden aangedreven. Ook maalde men illegaal voor de ondergrondse en werden buitgemaakte levensmiddelen in de molen verstopt.
In deze periode, waarin ook brandstoffen schaars waren, werden bijna alle houten onderdelen (staartbalk, schoren, stelling etc.) van de molen gesloopt en opgestookt in de kachels.

Na de oorlog
Na de oorlog verkeerde de molen in deplorabele staat. Gelukkig werd het cultuur-historisch belang ervan al door het toenmalige gemeentebestuur ingezien en werd in 1947 op haar kosten een grote restauratie uitgevoerd.
Behalve Willem van Rhijn en zijn beide zusters moesten alle bewoners die in de loop der jaren in de molen waren neergestreken na verloop van tijd vertrekken i.v.m. brandgevaar.

Erfgoed Leiden